Over Groene Veredeling

Over Groene Veredeling

In 2009 is gestart met het onderzoeksprogramma BioImpuls. Dit programma is gericht op klassieke aardappelveredeling voor de biologische sector. BioImpuls is de voorloper van het onderzoeksprogramma Groene Veredeling, waarin behalve aan aardappel ook aan andere gewassen gewerkt wordt.

In 2009 is een Kamermotie aangenomen met de vraag om in het onderzoek meer aandacht te besteden aan klassieke aardappelveredeling, naast alle lopende biotechnologische aandacht, zoals in het Durph-project. Het ministerie gaf Wageningen University & Research, Louis Bolk Instituut en Bionext opdracht knelpunten in de biologische en gangbare teelt te inventariseren. Samen met Plantum zijn hiervoor telers en veredelaars ge Het ministerie concludeerde vervolgens dat de biologische en gangbare teelt elkaar kunnen versterken n dat er meer aandacht moest komen voor de klassieke veredeling. Het onderzoekprogramma kreeg de naam Sinds 2014 maakt het onderzoeksprogramma deel uit van de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en valt het onder de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen.

BioImpuls-onderzoekers selecteren de beste aardappelen in een veldproef.
BioImpuls-onderzoekers selecteren de beste aardappelen in een veldproef.

Groene Veredeling: voor Biologisch en gangbaar

Onderzoek voor duurzame landbouw

Het ministerie van Economische Zaken, Nederlandse veredelingsbedrijven en onderzoekers willen met  het onderzoekprogramma Groene Veredeling een bijdrage leveren aan het meer duurzaam maken van de landbouw. Het onderzoek is daarom gericht op zowel biologische landbouw als duurzame gangbare landbouw. De hoofdrichtingen binnen het onderzoekprogramma zijn de vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, het verminderen noodzakelijke aanspraak op water en nutriënten en klimaat-robuustheid.

Verminderen gebruik bestrijdingsmiddelen

Plantenrassen met resistentie tegen ziekten en plagen zijn de slimste tools om het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen te verminderen. Resistente rassen kunnen immers zichzelf verdedigen. Als het gelukt is om die eigenschap in een ras te krijgen, hoeven alle planten van dat ras minder bespoten te worden. De winst is daarom jaar-in-jaar-uit, zonder dat daar extra inzet in geld of tijd voor nodig is. Daarnaast kunnen die resistente rassen ook weer gebruikt worden als basis voor de ontwikkeling van ándere resistente rassen. Daardoor zijn resistente rassen innovatief en zijn ze tegelijk een bron van innovatie richting toekomst.

Minder input van water en nutriënten

Plantenrassen die met minder water en voeding toe kunnen, leggen minder beslag op deze belangrijke hulpbronnen. Dat levert voordelen voor de planeet én voor de boeren. De druk op de hulpbronnen wordt minder, waardoor er met dezelfde hoeveelheid input méér voedsel geproduceerd kan worden. De boeren hoeven minder te investeren in irrigatie en bemesting, waardoor de inkomsten-zekerheid toeneemt.

Voor de vermindering van de nutriënteninput ontwikkelen de onderzoekers met name kennis en innovaties die gericht zijn op vermindering van het gebruik van stikstof en fosfaat.

Weerstand tegen extreme klimaatomstandigheden

De opwarming van de aarde leidt tot klimaatverandering en extremere variaties in het weer. Extreem droge en natte perioden en extreme warmte treden steeds vaker op. Rassen die robuust zijn en tegen deze extreme weersomstandigheden kunnen, zorgen voor een grotere opbrengstzekerheid en daarmee inkomstenzekerheid voor de boer en een grote voedselzekerheid voor de bevolking.

Lopende onderzoeksprojecten

In 2015 lopen de volgende onderzoeksprojecten in Groene Veredeling:

  1. BioImpuls, gericht op aardappelveredeling voor de biologische teelt
  2. Veredelingsonderzoek op tripsresistentie in prei
  3. Veredelingsonderzoek naar bladluisresistentie in paprika
  4. Een multidisciplinaire aanpak om problemen met damping-off in spinazie te verminderen
  5. Ontwikkeling van toetsmethoden ten behoeve van de appelveredeling