Eerste jaars klaar voor uitplant tweede jaar

Phytophthora resistentie in Aardappel

De biologische aardappelproductie staat nog steeds zwaar onder druk, voornamelijk door de grote problemen met de aardappelziekte Phytophthora, die ook weer in 2012 en 2014 hevig toesloeg.

Biologische telers hebben behoefte aan rassen die aangepast zijn aan biologische teeltomstandigheden. Behalve een goede groeikracht onder lage bemestingsniveaus, moet de aardappel ook een hoge weerbaarheid hebben tegen ziektes. Resistentie tegen phytophthora is het belangrijkst, maar ook ándere eigenschappen zijn van belang, zoals verminderde vatbaarheid voor alternaria, rhizoctonia en virussen en een goede kiemrust. Deze eigenschappen zijn ook van belang voor gangbare telers die het gebruik van chemische middelen willen reduceren. Onderzoekers van het Louis Bolk Instituut en Wageningen University & Research pakken de problemen samen met veredelaars en boerenkwekers aan in Bioimpuls.

Aanpak

In het Bioimpuls project worden wilde aardappelsoorten gekruist met moderne rassen voor de ontwikkeling van kruisingsouders waarmee veredelaars verder kunnen werken om nieuwe rassen te maken. Om doorbraak van resistentie zoveel mogelijk te voorkomen wordt niet alleen gewerkt aan vroegheid (het zo kort mogelijk blootstellen aan phytophthoraseizoen blootstellen), maar ook aan combineren van verschillende resistenties.

Binnen Bioimpuls krijgen veredelingsbedrijven krijgen jaarlijks nieuw zaad en boerenkwekers een hoeveelheid zaailingen om de daaruit voortkomende aardappels te beoordelen. Daarmee helpen de boerenkwekers de veredelingsbedrijven bij het selecteren van geschikte nakomelingen (‘kloontjes’) in de eerste jaren van een veredelingsprogramma. Op deze manier wordt de kans vergroot op het vinden van goede nieuwe aardappelrassen.

Naast phytophthora-resistentie in het blad is ook knolresistentie van groot belang. Het is daarom van belang om te weten welke resistenties uit de gebruikte bronnen ook in de knol werken, zodat bij het ‘stapelen’ van resistentiegenen, combinaties gebruikt kunnen worden die werken in zowel loof als knol.Voor het stapelen van loof- en knolresistentiegenen is merkertechnologie een onontbeerlijk hulpmiddel.

Resultaten

  • Aardappelveredelingscursus Sinds 2008 geeft Jan van Loon samen met drie Nederlandse kwekersverenigingen en het Louis Bolk Instituut jaarlijks een veredelingscursus om boerenkwekers op te leiden. Het cursusboek is als handboek door uitgeverij De Aardappelwereld uitgebracht in het Engels en Nederlands, en verschijnt binnenkort in het Chinees (publicatie september 2015).
  • Uitgifte en beoordeling zaden en klonen de 300 kruisingscombinaties die jaarlijks gemaakt worden, resulteren in ruim 20.000 zaden waaruit veredelingsbedrijven en boerenkwekers hun keuze kunnen maken voor beoordeling en selectie. Daarnaast gaan er jaarlijks ongeveer 10 derdejaars klonen naar bij Bioimpuls aangesloten handelshuizen voor verdere beproeving en bieden veredelingsbedrijven en boerenkwekers derdejaars klonen aan bij het centrale Bioimpuls programma voor verdere beproeving op hun geschiktheid als geniteur om mee door te kruisen.
  • Knolphytophthora onderzoek Resultaten uit een eerste studie laten zien dat sommige resistenties altijd goed werken in de knol, maar dat sommige andere bronnen wisselende resultaten geven, afhankelijk van de genetische achtergrond.
  • Winterbezichtiging In december van elk jaar worden de resultaten van het kruisings- en selectiewerk met de partners bekeken en besproken.

Partners

Kweekbedrijven: Den Hartigh, Emmeloord; Fobek, St. Annaparochie; C. Meijer BV, Rilland; KWS-Potato, Emmeloord

Telers/boerenkwekers: N. en L. Vos, Kraggenburg; J. Miedema, Oude Bildtzijl; J. van Arragon, Zutphen; P. van Til, Kraggenburg; S. Westra, Dronten; J. Bokdam, Biddinghuizen; P. Segeren, Aarle-Rixtel

Kennisinstellingen: Wageningen Plant Breeding en Louis Bolk Instituut