Kistje met prei

Tripsresistentie in prei

Trips is een jaarlijks terugkerend probleem in de biologische en gangbare preiteelt. De schade is zichtbaar in de vorm van zilvergrijze vlekjes op de bladeren.

Om te voorkomen dat de kwaliteit van de prei omlaag gaat als gevolg van trips aantasting zullen gangbare tuinders het gewas meerdere keren gedurende het seizoen bespuiten, wat ongewenst is voor mens en milieu. Biologische tuinders hebben geen mogelijkheid om in te grijpen en kunnen hun product bij ernstige aantasting alleen tweede klas afzetten. Veredeling op resistentie tegen trips is dan ook al jaren het belangrijkste doel in de preiveredeling.

Aanpak

  1. Ontwikkeling van toetsmethoden en identificatie van resistentiebronnen. De toetsmethoden en de resistentiebronnen maken het mogelijk om de ontwikkeling van resistente rassen effectief uit te voeren.
  2. Onderzoek aan resistentie mechanismen.
  3. Ontwikkeling van plantmateriaal dat geschikt is voor verder gebruik in de veredeling.

Resultaten

Fig 1. A. Veldtoetsen met natuurlijke infectie. B. In vitro toets.

Er zijn verschillende methoden om resistentie tegen trips te evalueren ontwikkeld en gebruikt: veldtoetsen, individuele planttoetsen en in vitro toetsen met bladstukjes (Fig. 1). De veldtoetsen bleken vooral praktisch te zijn voor een eerste screening op resistentie. Duidelijk vatbaar materiaal kan zonder problemen geïdentificeerd worden mits de tripsdruk in het veld voldoende hoog is. Daarbij vallen al veel planten af. In de toets met individuele planten kunnen de overblijvende goed op hun resistentie worden onderzocht. In die toets wordt aan iedere plant een hoeveelheid trips toegevoegd. De in vitro toets is heel geschikt om te bepalen in welk stadium van de trips ontwikkeling (van eerste larve stadium tot volwassen trips) de resistentie werkt. Plantmateriaal van zowel prei, Allium ampeloprasum, als van wilde verwanten afkomstig uit verschillende genenbanken wereldwijd is getoetst op resistentie tegen trips. In totaal zijn er meer dan 200 preirassen en verwante A. ampeloprasums getoetst, maar tripsresistentie is hierin niet gevonden. Wel is resistentie gevonden in enkele soorten die verwant zijn aan prei.

Figuur 2: ontwikkelingsstadia van trips
Figuur 2: ontwikkelingsstadia van trips

Afhankelijk van de temperatuur ontwikkelt trips zich in twee tot drie weken van ei, via twee larvale stadia en een popstadium tot een volwassen trips (Fig. 2). Op resistente soorten zagen we dat de trips wel eieren in de bladstukjes kunnen leggen, maar dat de ontwikkeling belemmerd wordt. Afhankelijk van de resistente bron ontwikkelden zich uit eieren geen larven, of larven komen niet tot het popstadium.

Om een resistentie van een wilde soort te kunnen gebruiken moet je die eigenschap in prei kunnen kruisen. Soortskruisingen maken is niet eenvoudig als de soorten wat verder van elkaar staan, zoals het geval is met prei en de door ons geïdentificeerde resistentiebronnen. Met behulp van embryo-rescue zijn we erin geslaagd om nakomelingen te krijgen van kruisingen tussen onze resistentie bronnen en enkele Allium-soorten, maar nog niet met prei. In vervolgonderzoek binnen Groene Veredeling hopen we hier verdere stappen in te zetten.

Partners

Wageningen Plant Breeding

Nunhems Netherlands BV

Bejo Zaden BV

ENZA Zaden

Rijk Zwaan